Mediavertrouwen in flux

Het vertrouwen in nieuws is laag; historisch laag, tenminste, dat blijkt uit het jaarlijkse rapport over de staat van de (digitale) media van Reuters Institute for the Study of Journalism. Het is met een dalende trend van zo’n beetje alle variabelen die kranten betreffen (oplage, inkomsten, gebruik) een bijna schokkend cijfer. De vraag rijst (bij mij in ieder geval) of dat vertrouwen nog wel is terug te winnen. 43 Procent van de ondervraagden in Europa zegt vertrouwen te hebben in media, in Amerika is dat nog lager: 33 procent. In Nederland heeft 54 procent van de ondervraagden vertrouwen in het nieuws, 56 procent in de nieuwsorganisaties en 49 procent in journalisten.

screenshot-www.americanpressinstitute.org 2016-06-15 14-05-18

Maar wat bepaalt nu dat vertrouwen? En wat zeggen deze cijfers precies? Oké, Reuters berekende dat mediaorganisaties de belangrijkste generatoren van vertrouwen in het nieuws zijn: een goede naam betekent ook betrouwbaar nieuws. Gevolgd door journalisten. Politieke inmenging en commerciële belangen schaden of helpen dat vertrouwen een stuk minder. Ze zijn belangrijk, zeker; de naam van de organisatie of de maker is echter belangrijker.

Het onderzoek van Reuters is natuurlijk veel breder dan alleen vertrouwen in nieuws en daar zit ook een makke: veel meer dan wat globale cijfers geeft het rapport niet. En er is nog een probleem met deze – globale – benadering: vertrouwen is een complexer begrip begrip dan reuters doet vermoeden. Niet alleen de manier waarop vertrouwen wordt ondervraagd is bepalend voor de uitkomst van de antwoorden, ook vertrouwen in welk medium of soort nieuws bepaalt de uitkomst van een enquete.

The Media Insight Project (AP, University of Chicago en American Press Institute) hebben eerder dit jaar een groot onderzoek naar vertrouwen in de media afgerond: zij komen op 41 procent Amerikanen die nieuws niet vertrouwen: alleen het Congress scoort slechter en dat is tijdens de campagneperiode, waarin pers en politiek zo innig met elkaar zijn verknoopt, geen goed nieuws. Dat vertrouwen in het nieuws verschilt volgens de onderzoekers met het type nieuws dat consumenten volgen. Politiek nieuws moet kloppen; de marge voor fouten is er voor consumenten erg klein. Lifestyle nieuws mag er vaker naast zitten. Vertrouwen in het nieuws valt voor de ondervraagden uiteen in drie (onderling sterk samenhangende) factoren: kloppen de feiten (kwaliteit), weet ik wat ik moet weten op tijd (onmiddellijkheid) en en wordt het op een goede manier gepresenteerd (aantrekkelijkheid).

Maar, dat ligt anders voor nieuwsgebruikers die vooral sociale media afgrazen: zij gebruiken cues om de betrouwbaarheid van nieuws te kunnen bepalen: vertrouwen in de originele bron, vertrouwen in degene die het bericht verspreidt (expertise of persoonlijke band) en (het aantal) commentaren dat onder een bericht staat. Tegelijkertijd zeggen ondervraagden zeer sceptisch tegenover nieuws online te staan. Ze hebben er minder vertrouwen in dan in reguliere nieuwsmedia. Facebook wordt vier keer vaker genoemd dan andere media en Youtube na Facebook de belangrijkste online nieuwsbron is. Twitter staat (pas) op de derde plaats.

Uit beide onderzoeken blijkt dat vertrouwen in ‘de’ media eigenlijk een onhoudbaar begrip blijkt: de divergentie van media en genres is zo groot, dat onderzoek naar dat vertrouwen met deze ‘atomisering’ rekening zal moeten houden. Nieuws is al lang niet meer alleen datgene wat journalisten vanuit grote institutionele redacties maken, nieuws is de informatie waar mensen – voor hen – belangrijke beslissingen op baseren. Op dat moment moet er voor hen ook betrouwbare informatie zijn. Dat kan mobiel, via Snapchat of ‘s avonds thuis voor de buis. En dat zijn de momenten waarop consumenten nieuws wel of niet betrouwbaar vinden. Nieuws is in flux – het vertrouwen daarin moet dus in flux worden gemeten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.