22 jochies onder de 13 – en hun motivatie

Precies elf jongetjes stonden en zaten in een halve cirkel om mij heen, de ouders tweede rij. ‘Sandwichen’, dacht ik, ‘je moet sandwichen.’ Sandwichen is een feedbacktechniek waarbij de kritiek (of wat beter kan) wordt ingeklemd tussen wat heel goed gaat. De boterhammen zijn het compliment met daartussen de faal. Probleem: we gingen er vandaag af met 12-0. De sandwich bestond, eerlijk-is-eerlijk, alleen maar uit beleg. Heel dik, dat wel.

Sta je dan, voor het team na een dik, dik verloren partij. Ik haalde een retorisch stijlfiguur uit de bus: “We hebben met 12-0 verloren en tòch ga ik zeggen dat we twee dingen ont-zet-tend goed hebben gedaan!” Opgeluchte blikken van de ouders, holle, ongelovige ogen van het team. “Serieus”, voegde ik eraan toe, vooral bedoeld om mezelf te overtuigen. “T. en J. hebben waanzinnig gespeeld. Dat is één”

T. is onze keeper. Hij moest twaalf keer de bal uit het net vissen. Na de tiende keer legde hij het spel stil. De scheids wenkte mij. “Pijn aan mijn hand”, zei hij met tranen van woede in zijn ogen. “Pijn in je ziel, zal je bedoelen”, antwoordde ik.

“Je moet je verdedigers neerzetten …”
“Maar, coach! Ze luisteren niet!”
“Of horen ze je niet?”

De keeper keek me aan. Ik: “Kom op, vent. We hebben nog een kwartier. Dat kwartier houd jij je doel schoon. Met je verdedigers. Hup!” Aai over de bol (sorry, RIVM) en door! Er werd in dat kwartier nog een keer gescoord, de keeper hield wel twee schoten tegen en won een een-op-een duel. Hij had de wedstrijd van zijn leven gespeeld, zei de coach van de tegenpartij. T. groeide. Vergeten was de 12-0.

Wat ging er dan mis? De motivatie op elk niveau van het spel. Bal kwijt, koppie naar beneden. Mannetje vrij? Schouders ophalen en wijzen naar een ander. Duel in? Bang, angstig en zonder overtuiging willen winnen (liefst helemaal niet willen winnen, liefst helemaal geen duel). De motivatie was na de 3-0 tegen al ver te zoeken. Het spel kwam plots tot stilstand; tenminste: onze helft van het spel. De goals vlogen ons om de oren.

Er is dan ook niets verwoestenders dan gebrek aan motivatie dat eerst het team binnensluipt en dan in enkele minuten het volledig lamslaat. Ik zag het gebeuren en dacht: wat nu? Hoe motiveer je een ploeg die het heeft opgegeven?

Ik kan moeilijk individuele spelers aanspreken op een teamfalen, maar moet toch wel ergens beginnen. Spelers keken mij bij elk doelpunt aan: “Co-ho-hoach?”

Zodra het koppie naar beneden gaat, mist het vuur in de duels,  komen passes niet meer aan, zet niemand een stap harder dan strikt noodzakelijk en wijst iedereen iedereen aan. Sterker: zonder hoor of wederhoor gaat iedereen vervolgens zelf oplossingen bedenken en op zijn of haar favoriete plek staan. Gevolg: een ontspoord veld. Ik had drie mannen op links-half, vier aanvallers en geen middenveld en ruzie tussen mijn rechtsback en mijn keeper

Gebrek aan motivatie heeft ook een verwoestend effect omdat precies het tegenovergestelde gebeurt bij de tegenstander: een groeiend en, uiteindelijk, aan arrogantie grenzend zelfvertrouwen. Passes komen wel aan, duels worden gewonnen, ballen stuiteren gelukkig, mensen maken grappen en gemiste kansen worden weggelachen, iedereen houdt zijn positie. Het verschil kan niet groter.

Ik ben mensen op hun plek gaan zetten: ondanks protesten. Het lukte. Ze begrepen dat ze niet overal hoefden te zijn, even konden blijven hangen om op adem te komen en toch de bal konden wegrammen als het mis dreigde te gaan. Zo herpakten we ons en klapte ik mijn sandwich dicht. Dit team, zei ik als tweede compliment, had zichzelf op haar eigen dieptepunt weer uitgevonden.

En de ruzie binnen mijn team? Onlangs doken prachtige beelden op van een aanvaring tussen Son Heung-min en Hugo Lloris (beide van de Spurs). Lloris spreekt Son al op het veld aan op een loopactie (of beter: het gebrek daaraan) en dat pikt Son tot in de kleedkamer niet. Ook daar wordt wat geduwd, gescholden. Alles wat de KNVB, de ouders en coaches willen voorkomen: ruzie in de keet.

En dan komt Mourinho, de Portugese tovenaar. Waar komt deze ruzie vandaan?, vraagt hij. Mourinho interesseert het niet en heeft ook geen idee, maar als ze er niet beter van worden, dan zijn Lloris en Son net kleine kinderen. Waarom is Lloris zo geirriteerd over Son? Niet vanwege die loopactie, maar omdat Lloris meer van Son verwacht en dat komt weer omdat het team verder is, aldus Mourinho. “Dit zou vorige maand, vorig jaar allemaal niet zijn gebeurd”, zegt Mourinho.

Ik sla ’em op, Mourinho, en hoop dat mijn rechtsback en mijn keeper steeds wat meer ruzie krijgen met elkaar: dat is de gesublimeerde verwachtingen die helder worden uitgesproken. Er is pas een probleem als ze er niet beter van worden (en mijn back is al best goed). Nu nog de motivatie bij de spelers om aan elkaars verwachtingen te kunnen voldoen. Maar, hé, het seizoen is nog niet voorbij … <<

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.