Doofpot-Demmink behoeft werkbare hypothese

20/06 Zie aanvulling onderaan (15.30)

**

Hoe schrijf je een verhaal dat je eigenlijk niet wil schrijven? Dan schrijf je over mensen die er wel over schrijven. Snapt u het nog? Het gebeurde vandaag in de Volkskrant. Onder de kop Geniale doofpot of grootste karaktermoord? laten Toine Heijmans en Elsbeth Stoker het antwoord op die vraag in het midden (goede kop dus). Ze brengen keurig het netwerk van Demmink-onderzoekers in beeld. Ze hoppen langs de knooppunten en zo stuiten we op een (de redacteuren schrijven ‘bonte’- waarom?) verzameling uiteenlopende mensen (waaronder Klaas Langendoen – de rechercheur met de integraalhelm, de ‘held’ van de IRT. Beide redacteuren vergeten zijn ‘cv’).

Je zou het een ‘tweede orde-artikel’ kunnen noemen. Nergens slaan de redacteuren een nagel in Demminks doodskist. Meta-journalistiek zou je kunnen zeggen: een onderzoek naar een onderzoek. En dat is als eerste opstap niet verkeerd. Wat mist is een hypothese van de Volkskrant. Een hypothese die de Demmink-onderzoekers wel hebben, tenminste, schrijven beide redacteuren: ‘Blogs als De Demmink Doofpot, Demmink Facts, maar ook het Katholiek Nieuwsblad volgen elk detail vanuit het perspectief dat de topambtenaar de hand boven het hoofd wordt gehouden door een netwerk dat reikt tot de hoogste regionen van de samenleving.’

Mark Lee Hunter zou er trots op zijn. In zijn heldere en toepasbare handboek voor onderzoeksjournalisten, Story-based inquiry. A Manuel for Investigative Journalists beschrijft hij uitgebreid het belang van een hypothese als startpunt en leidraad van een onderzoek. En het verschil tussen ‘gewone’ journalistiek en onderzoeksjournalistiek. En (het kán niet op!) Hunter noemt nog eens vijf voordelen die het onderzoek en alle energie in de casus-Demmink misschien wat meer zou kunnen focussen. Die voordelen zijn: 1) een hypothese laat je iets verifiëren in plaats van te verdrinken in een eindeloze zoektocht naar geheimen, 2) tegelijkertijd vergroot het de kans om die geheimen (‘feiten’ waar niet eerder naar is gevraagd door gebrek aan systematisch zoeken) te vinden, 3) het maakt het managen van een project eenvoudiger, 4) je kan het steeds weer gebruiken en 5) een hypothese leidt tot een verhaal in plaats van een gigantische verzameling gegevens.

De hypothese-Demmink De topambtenaar wordt door een netwerk dat reikt tot de hoogste regionen van de samenleving de hand boven het hoofd gehouden leidt tot talloze deelvragen. Makkelijk te managen, structureel op te pakken en te vinden en, belangrijker, te smeden tot een helder verhaal. Of om stuk voor stuk te verwerpen. Want ook dat is een voordeel van een hypothese – het hoeft allemaal niet waar te zijn of niet-bewijsbaar te zijn. Vervolgvragen zijn bijvoorbeeld: wat is dát, een top-ambtenaar? En hoe ziet zo’n netwerk (belangrijker: zijn netwerk) er dan uit? Hoezo: hoogste regionen (welke regionen zijn er eigenlijk?) en waarom van de samenleving? Is politiek/bestuur niet hoog genoeg? En hoe ziet die hand er dan precies uit? Van wie is die en hoe houd je die boven een hoofd? Met als belangrijkste vraag natuurlijk: waarom precies die hand door dit netwerk boven zijn hoofd? Kortom: werk aan de winkel. En dat gebeurt, als ik Toine en Elsbeth moet geloven. <<

AANVULLING: Collega-docent en onderzoeker Peter Burger wees mij op een mooi hoofdstuk van urban legend-onderzoeker Véronique Campion-Vincent. Zij somt vijf patronen op die vaak/altijd terugkeren in samenzweringstheorieën. Een screenshot van de vijf herkenbare thema’s:

Rumor Mills- The Social Impact of Rumor and Legend - Google Boeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.