Justitie factcheckt Nieuwsuur

Nieuwsuur had een prachtige scoop: het bedrag dat Teeven in 2000 overmaakte aan Cees H. is veel hoger dan in 2014 aan de Kamer is verteld. Dus, concludeert Nieuwsuur, is de Kamer verkeerd geïnformeerd. Justitie reageert met een ‘factcheck’: die conclusie is niet juist. Een analyse: in zwart de tekst van Justitie, in rood de op- en aanmerkingen.

De bewering van Nieuwsuur dat de minister de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over de schikking met Cees H. is onjuist. Ambtenaren binnen het Openbaar Ministerie en het departement hebben geen kennis van wat bij de afwikkeling van de schikking feitelijk zou zijn overgemaakt. Een wat cryptische zin met meerdere betekenissen.

De eerste betekenis is dat het bedrag van Nieuwsuur (ruim 4,7 miljoen) nog altijd niet het finale bedrag is. Als het ministerie gelijk heeft, hebben ook de bronnen van Justitie immers geen kennis van wat er feitelijk is overgemaakt. Anders gezegd: het bedrag dat de bronnen noemen, klopt niet: het is hoger of lager. De vraag welke bedrag het precies is, kan niemand beantwoorden, want de stukken zijn kwijt.

De tweede betekenis van deze alinea (interessanter nog) kan zijn dat de bronnen van Nieuwsuur niet binnen het Openbaar Ministerie zijn te vinden, maar elders: bij het ministerie van Justitie, mogelijk het parket van Amsterdam. 

Zoals de minister op 3 juni en 9 juli 2014 heeft geschreven aan de Kamer, heeft oud-procureur-generaal mr. Henk van Brummen vorig jaar in opdracht van het OM onderzoek gedaan naar de financiële afwikkeling van de schikking met Cees H.

De vraag rijst waar de procureur dat onderzoek heeft gedaan: op het departement, bij het Openbaar Ministerie of diverse parketten. Het blijft onduidelijk. Ook na de volgende alinea. 

Ten behoeve van dit onderzoek hebben de minister en de directeur-generaal met de staatssecretaris gesproken over de financiële afwikkeling en heeft de staatssecretaris zijn herinneringen daarover gedeeld. De heer Van Brummen is over de uitkomsten van deze gesprekken geïnformeerd. De heer Van Brummen heeft dit betrokken bij zijn bevindingen.

Het lijkt er op dat de aangestelde onderzoeker Van Brummen zelf niet in de gelegenheid is gesteld om met de staatssecretaris over deze deal te spreken. Sterker: het onderzoek bestaat uit een overleg/gesprek, blijkbaar is Teeven alleen gevraagd in zijn herinnering te graven. Onduidelijk is hoe het onderzoek van Van Brummen (valt dat onder de Wob?) er documentair uitziet. Tenminste, dat is onduidelijk voor ons; burger en journalistiek. De Tweede Kamer heeft het ‘vertrouwelijk’ ingezien. 

Uitkomst van dat onderzoek was dat er géén financiële gegevens meer beschikbaar zijn: er zijn geen bankafschriften meer als gevolg van verlopen bewaartermijnen en veranderingen van ICT-systemen.

Twee zaken zijn voor deze ‘conclusie’ een vraag: hoe is dat onderzoek uitgevoerd (methode) en waar is het gedaan (vindplaats). Is er alleen gesproken met betrokkenen die de vrijheid kregen om eens in hun geheugen te graven of is er ook documentair onderzoek verricht? Als de ICT-systemen debet zijn aan het verdwijnen van deze informatie, welke informatie gaat er dan nog meer verloren? Wat voor ambtelijke en politieke risico’s loopt het ministerie hier door? Of het parket, dan wel het OM? 

Er zijn ook geen andere documenten meer voorhanden. Ook de betrokkenen, onder wie de staatssecretaris, hebben onvoldoende herinneringen om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking. De advocaten van Cees H. beroepen zich op hun beroepsgeheim.

Omdat het menselijke geheugen kan falen, slaan we informatie op. De advocaten hebben die informatie nog wel. Dat ze die niet met Justitie delen, snap ik. Dat ze die in het belang van hun cliënt delen met Nieuwsuur, ook. Maar dat Justitie blijkbaar vertrouwt op het geheugen van hun medewerkers als het gaat om dergelijk politiek en publicitair gevoelige deals … Onbegrijpelijk.

Op basis van dit onderzoek heeft de minister geconcludeerd dat er helaas geen helderheid kan worden verschaft over de financiële afwikkeling van de ontnemingsschikking in 2000. De Tweede Kamer heeft vertrouwelijk inzage gehad in het rapport Van Brummen.

De inhoud van het rapport ligt gevoelig. Begrijpelijk. Het gaat over een deal tussen de zwaardmacht en iemand die deze trotseerde, zou je kunnen stellen. Dat betekent niet dat de methode en vindplaatsen van de informatie geheim moeten blijven; zeg maar de metadata van Van Brummens onderzoek. En zoals we weten sinds Snwoden, is die metadata veel onschuldiger dan de data zelf. Deel deze dan ook.

Zoals de minister op 3 juni aan de Kamer schreef, moet hij accepteren dat hij geen ultieme duidelijkheid kan verschaffen over de afwikkeling van de schikking en dat altijd de mogelijkheid blijft bestaan dat bankafschriften alsnog door derden worden overgelegd.

Een zeer onbevredigende constatering als minister en een schot voor de boeg. Mochten er bankafschriften opduiken, dan heb ik u daar bij deze al voor gewaarschuwd. Het heeft dan geen enkele zin mij daar als nog verantwoordelijk voor te houden – dat is wat de minister hier eigenlijk zegt. Daarmee haalt hij de angel weliswaar uit een mogelijke vondst van afschriften, maar die angel haalt hij hier niet mee uit de deal, het bedrag dat daarmee is gemoeid en de omstandigheden waaronder het tot stand is gekomen. <<

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.