[Den Haag] Kabinetbrief knap staaltje kennistheorie

Einde pagina twee, begin pagina drie van de kabinetsreactie op Davids tart al direct mijn gezonde verstand. Hebben we het nu over feiten of persoonlijke beleving en herinnering? En maakt dit onderscheid echt wat uit?   

Eén zin in de kabinetsreactie baart mij toch ernstige zorgen. De zin zet de hele kennistheorie op zijn kop. Het kabinet geeft eerlijk toe de kritische conclusies ‘leidend’ te laten zijn in de verantwoording en lessen die ze uit de besluitvorming inzake politieke steun wil trekken. En dan, de essentie waar vier weken over is nagedacht, volgt een kennistheoretisch gedrocht van heb-ik-jou-daar:

‘Daarmee accepteert het kabinet de beschrijving van de feitelijke gang van zaken, waarbij het kabinet zich realiseert dat ieder van de destijds betrokkenen de beschrijving van de feitelijke gang van zaken leest en beoordeelt vanuit de persoonlijke beleving en herinnering.’

Accepteert het kabinet de feitelijke gang van zaken rond de besluitvorming voor politieke stein en accepteert ze dus ook het zeer kritische oordeel van de commissie? Of accepteert het kabinet de feitelijke gang van zaken, maar zet ze daar, gezien de ‘persoonlijke beleving en herinnering’  toch vraagtekens bij?

Mijn inziens kan je een feitelijke gang van zaken niet beoordelen vanuit persoonlijke herinneringen en beleving. Dat suggereert namelijk dat je de feitelijke gang van zaken kan bijstellen op basis van herinnering en beleving. Probleem: die herinnering en beleving zijn nogal subjectief. Als we die accepteren, betekent dat de bevindingen van de commissie Davids op basis van die persoonlijke subjectiviteit kan worden verworpen.

Het werkt natuurlijk andersom. Feiten stellen de herinneringen en belevingen bij – ze stellen ze ter discussie en corrigeren fouten in ons geheugen en beleving. Anders zouden we de commissie niet aan het werk hoeven zetten en kan het parlement in het debat over Irak volstaan met de sportjournalistieke vraag hoe betrokkenen zich voelden en wat zij van zeven jaar terug nog herinnerden. Het gaat er nu juist om of we een benchmark hebben – een toets waarmee we die beleving en herinnering kunnen staven. Staven aan feiten.

Het onderscheid tussen feiten en persoonlijke herinneringen doet ook niet ter zake. Wat betrokkenen zich kunnen herinneren en wat precies hun beleving was,  mogen ze inbrengen in het debat. Dat is allemaal prima. Maar het is de commissie Davids de feiten aanlevert waarmee dit kabinet de politieke maat wordt genomen. Als de Kamer iets vindt, vindt ze dat immers niet van persoonlijke herinneringen en beleving, maar vindt ze iets van functioneel optreden: wat hebben ministers gedaan als minister. Wat hebben ze niet gedaan en hoe verwijtbaar is dat nu (nog)?

Ook de voortdurende mantra dat het onderzoek vooral de kennis van nu bundelt, is niet ter zake doende. Dat komt trouwens doordat Balkenende jarenlang een onderzoek heeft tegengehouden. Dat heeft hij vooral aan zichzelf te danken. Als hij dat eerder had toegestaan, hadden we de kennis van toen ook toen al gehad. Maar dat terzijde.

Natuurlijk bundelt het onderzoek de kennis van nu, nu. Het argument dat het makkelijk redeneren is met de wijsheid van achteraf, is trouwens politiek uitermate dom. Daarmee geef je namelijk toe dat er toen geen sprake van wijsheid was, dat je maar wat hebt gedaan. Dat we dus de oorlog zijn ingerommeld. <<

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.