Lijdelijkheid in de Leidse politiek

“De houding van vele Nederlanders ten aanzien van het politieke leven is er een van skepsis en lijdelijkheid.” Was getekend, Hans Daalder: 6 maart 1964. De Leidse hoogleraar politicologie oreerde 54 jaar geleden over vijf mogelijke verklaringen waarom ‘de’ Nederlander politiek maar niet in beweging komt. Met een lokale opkomst van ruim 58 procent heeft zijn verklaring voor die lethargie toen mogelijk zeggingskracht voor de lokale malaise nu.

“De houding van vele Nederlanders ten aanzien van het politieke leven is er een van skepsis en lijdelijkheid.” Was getekend, Hans Daalder: 6 maart 1964. De Leidse hoogleraar politicologie oreerde 54 jaar geleden over vijf mogelijke verklaringen waarom ‘de’ Nederlander politiek maar niet in beweging komt. Met een lokale opkomst van ruim 58 procent heeft zijn verklaring voor die lethargie toen mogelijk zeggingskracht voor de lokale malaise nu.

Daalders hypothesen voor de door hem waargenomen politieke lethargie in de jaren zestig zijn inmiddels gemeenplaatsen in het politieke commentaar geworden: de politieke kaste doet er alles aan om de burger op afstand te houden. Er is sprake van een regentenmentaliteit, een kloof tussen burger en politiek, een diffuse politieke verantwoordelijkheid, doel is om de angel uit politieke vraagstukken te halen en de personificatie van de politiek maakt het burgers lastig om aan te haken bij het politieke proces.

Waarom moest een vergadering over de keus voor een publieke omroep achter gesloten deuren terwijl buurtgemeenten daarover wel open kaart speelden?

De politieke kaste wijst kritiek hooghartig af, er is een neiging tot geheimhouding en ‘onmiskenbare gewichtigdoenerij’, constateerde Daalder in 1964. Hooghartigheid laat zich lastig kwantificeren, maar de afgelopen vier jaar hebben burgers meermalen geklaagd over de opstelling en communicatievaardigheden van de gemeente bij (ingrijpende) plannen. Niet zelden beloofde betrokken wethouders ‘beterschap’ en ‘zorgvuldigheid’ bij het inrichten van ‘processen’. En als er burgerlijke enthousiasme is, wordt die soms resoluut de kop ingedrukt: zoals bij plannen met het busstation.

Maar ook plannen rond het zwembad en ijsbaan, voetbalvelden, appartementen in kinderrijke buurten, de huisvesting van een veroordeelde pedofiel – gevoelige onderwerpen waarbij het eerst moest botsen over de stijl voordat er ruimte was voor de inhoud. Misschien misplaatst hier, maar waarom moest een vergadering over de keus voor een publieke omroep achter gesloten deuren plaatsvinden terwijl buurtgemeenten daarover wel open kaart speelden? Op gewichtigdoenerij zijn partijen gelukkig niet te betrappen, al blijft het wollige taalgebruik van ambtenaren en wethouders soms aanleiding tot ergernis: de ChristenUnie heeft een Klare Taal Bokaal om juist het tegenovergestelde te bewerkstelligen.

Doel van decentralisatie van de zorg was om het dossier dichter bij de mensen te brengen – het gevolg is dat de besluitvorming erover net buiten de invloedssfeer van het electoraat valt.

Ook de diffuse politieke verantwoordelijkheid speelt de lokale politiek parten. Besluitvorming over de (jeugd)zorg vindt vooral plaats op bovengemeentelijk niveau. Wethouders doen er zaken om, terug in de lokale raad, de uitkomst te komen uitleggen. Speelruimte voor aanpassingen is er nauwelijks, formele democratische controle komt maar niet van de grond. Dat maakt een belangrijk politiek vraagstuk – hoe richten wij de zorg in voor onze bewoners – tot een technocratisch dossier van experts.

Doel van decentralisatie van de zorg was om die zorg dichter bij de mensen te brengen; gevolg is dat de besluitvorming erover net buiten de invloedssfeer van het electoraat valt. Sterker: de raad heeft besloten om het dossier zorg te de-politiseren door te beloven geen individuele casus op de politieke agenda te zetten.

‘Fearless: a word now restricted to journalistic usage where it signifies the noisy expression of views already known to be popular’

Zoals na veel feestjes is er ook de ochtend na de Dag van de Democratie, 22 maart 2018, een kater. Het contrast tussen de ‘open’ strijd om de stem waarbij kandidaten elk moment van de dag, gedurende de campagne, benaderbaar zijn voor het electoraat enerzijds en de moeite om met de uitslag in de hand, in afgesloten isolement een college te formeren anderzijds, kan niet groter. De formaties zijn een ‘slijtageslag, waarin de partijen voor de komende periode zowel over programmapunten als over persoonlijkheden strijden’, schreef Daalder.

Programma’s worden aan stukken gereten, personen benoemd of geweigerd: het is afwachten voor de burgerij wat de uitkomst van dat proces is. Invloed hebben ze niet, dankbaarheid is zeer gewenst.

Niet vreemd dat veel Leidenaren voordat het proces begint al afhaken. Daarbij sneert Daalder ook naar de pers. En terecht: “Ten slotte is er de ‘neutrale’ pers die zich gewoonlijk aansluit bij de weinig politieke houding van zijn lezers, maar in enkele gevallen eer beantwoordt aan Beachcombers definitie van ‘fearless: a word now restricted to journalistic usage where it signifies the noisy expression of views already known to be popular’.” Sterker: “In alle gevallen ontbreekt die wezenlijke onafhankelijkheid die bewust op elk niveau zoekt naar politieke waarheid en politieke werkelijkheid.” Kortom: werk aan te winkel: voor publiek, politiek en pers. <<

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.