Nederlandse journalisten waren verbolgen over de Amerikaanse president Trump die het waagde media-organisaties de deur te weigeren bij een intern persmoment. De aanvaring tussen Trump en CNN daags daarvoor werd uitgebreid in verschillende programma’s herhaald. En toen DENK persberichten door de deur van haar partijbureau stak, was niet de inhoud ervan nieuws, maar de manier waarop het werd gecommuniceerd. Toen Eric Smit (Follow the Money) de poort van Henry Keizers villa niet in mocht, werd ook daar keurig kond van gedaan. Vervolgens toog iedereen naar binnen om de stukken te bestuderen. 

En dat grenst aan hypocrisie. Wie buitensluit, heeft zijn moment om iedereen op hetzelfde moment en dezelfde wijze te informeren, verspeeld. Zij er niet in? Ik er niet in! Het persmoment is er niet alleen ter meerder eer en glorie van Keizer, hij heeft er ook een belang bij. Hij kan dan en daar zijn boodschap aan alle media slijten. Centraal, geregisseerd. En in dat belang schuilt ook het alternatief. Media die niet naar binnen gaan – ja, inderdaad, uit so-li-da-ri-teit – kunnen vanaf de stoep stuk-voor-stuk even bellen. ,,Mijnheer Keizer, zouden u toch nog een paar vragen mogen stellen?” Wie er voor kiest te selecteren, kiest voor een inefficiëntere manier om te informeren. Dat mag Keizer overigens weigeren, maar het zou wat zijn, als alle media hadden gemeld dat Smit niet welkom was en Keizer niet voor commentaar bereikbaar … 

Natuurlijk is het een freeridersprobleem van jewelste: als iedereen op de stoep blijft hangen en jij gaat toch naar binnen, is de misbaar waarschijnlijk minimaal en het effect maximaal: je bent de eerste en enige met de officiële reactie van Keizer. Collega’s kijken je met een schuine blik aan en mijden je misschien. Maar de jacht op de scoop snappen zij wel: zij zijn ook professioneel. Het journaille bij Keizer op de koffie was al geïrriteerd: zij hadden het hele verhaal gemist, Smit onthulde het. Die chagrijn verklaart mogelijk waarom ze Smit lieten staan en zelf wel naar binnen gingen. 

Toch pleit ik voor een nieuwe journalistieke norm, zoals we al veel journalistieke normen hebben (objectiviteit, transparantie, journalistieke stijl-normen), namelijk de Musketier-norm. Als niet alle nieuwsmedia zijn uitgenodigd voor een persmoment, dan gaat niemand. Vrije nieuwsgaring is geen recht, maar ook een plicht – de verplichting om het in samenspraak met anderen te bewaken en af te dwingen. Door te boycotten wat niet voor iedereen geldt, ontnemen media bronnen de mogelijkheid hun nieuws centraal en geregisseerd te presenteren. 

Dat leidt natuurlijk direct tot reacties vanuit de bron. Keijzer stopt niet met zijn mediastrategie als er geen journalist op zijn conferentie verschijnt. Hij zal in zijn rolodex nog wel wat namen en nummers hebben. Ook daarvoor geldt de Musketier-norm: elke journalist die vervolgens exclusief en buiten het mislukte persmoment om wordt benaderd, verwijst door naar de media die zijn geweigerd. Dus: belt Keizer stiekem met de Telegraaf, dan verwijst de Telegraaf door naar Follow the Money. De wakkerste krant van Nederland had het nieuws toch al niet, gun Follow the Money dan ook de follow-up en geef daarmee direct een krachtig signaal af: ,,We doen het samen of we doen het niet.”