Van der Lubben

Social Journalism

Categorie: Schandalogie (Pagina 1 van 8)

Britten stoppen met delen zorgdata

Groot-Brittannië is gestopt met een omstreden plan om zorgdata te delen. Doel was om geanonimiseerde patiëntendata te ontsluiten om zo onderzoek te vereenvoudigen en zorg te verbeteren. Het project is na twee onafhankelijke onderzoeken opgeschort: ruim één miljoen patiënten gaven aan hun data niet te willen delen en ook professionele zorgverleners zoals artsen weigerden om de data te ontsluiten. Het programma is volgens Britse onderzoekers ,,rampzalig”,  zowel ,,ethisch als technisch”.

Minister Schippers (Volksgezondheid) nam in september vorig jaar een besluit om ook Nederlandse zorgdata met onder meer commerciële partijen te delen, zonder dat patiënten daarvan op de hoogte worden gebracht. De Tweede Kamer en de Autoriteit Persoonsgegevens waren toen niet op de hoogte van Schippers plannen. Na een publicatie in de Volkskrant heeft de Autoriteit navraag gedaan bij de beheerder van de gegevens, de Nederlandse Zorg autoriteit (NZa). ,,De NZa heeft aan de AP verklaard op dit moment geen zorgdata via deze informatiemakelaar te delen.”

En daarmee lijkt het Nederlandse variant in dezelfde problemen te komen als de Britse. Het datadeelprogramma van de National Helath Service (NHS) strandde drie keer voordat nu definitief de stekker uit het project is getrokken.

Geen platform

Dat De Bezige Bij Abou Jahjah een platform wil bieden en hem zijn boek Pleidooi voor radicalisering wil uitgeven, schieten Theodoor Holman, Leon de Winter, Marcel Möring en Jessica Durlacher volkomen in het verkeerde keelgat. De Standaard-columnist die oproept tot de vernietiging van Israël past niet bij een verzetsuitgeverij, is de strekking van hun betoog. Durlacher stelt in NRC zelfs dat “een stem als die van Abou Jahjah binnen de uitgeverij me een onveilig gevoel geeft”.

Een klassiek debat tussen intellectuelen over een maat op de vrijheid van meningsuiting; de taak ook van de culturele elite waartoe Holman, De Winter, Durlacher, Möring en Jahjah behoren. Los van de vraag waar deze intellectuelen nu precies bang voor zijn, bewijst de ‘rel’ ook dat de vrijheid van meningsuiting en het ongemakkelijke debat dar daar vaak op volgt, niet is uitgehakt in graniet, maar voortdurend onderhoud behoeft.

Timothy Garton Ash, hoogleraar Europa Studies aan Oxford, is met dat onderhoud bezig. Bij de BBC heeft hij een vijfdelige serie (podcasts) van een kwartier per aflevering over die vrijheid van meningsuiting. En in de eerste aflevering al direct een heldere uiteenzetting over de strategie van Jahjahs critici: biedt de man geen platform of, in goed Nederlands, no platforming: maak de inhoudelijke discussie onmogelijk door de toegang tot een publiek onderzoek naar de kwaliteit van de argumenten en argumentatie te ontzeggen.

No platforming is een preventief ‘argument’ – het gaat niet om de inhoud, maar om het recht deze te verwoorden – en dat, stelt Ash, is dodelijk voor de vrijheid van meningsuiting. Ontzeggen van toegang tot een publiek onderzoek naar de kwaliteit van argumenten is levensgevaarlijk. Die vrijheid dient namelijk twee doelen: 1) voorkomen dat we ons vergissen en 2) het aanscherpen van ons (gezond) verstand. Anders gezegd: als Jahjahs argumenten echt zo slecht zijn als zijn critici beweren, dan hoeft de weerlegging ervan geen enkel probleem te zijn. En in die weerlegging, stelt Ash, zit democratische winst die we moeten boeken.

Ash richt zich in zijn podcast vooral tegen Britse student unions die met acties probeerden (en daarin slaagden) sprekers het ‘zwijgen’ op te leggen door ze de toegang tot een spreekbeurt of paneldebat te ontzeggen. De unions streven naar een safe spaces waar geen plaats is voor discriminatie, seksisme, of vreemdelingenhaat, om maar eens drie doodzonden te noemen.  Zo blokkeerden studenten in oktober vorig jaar een lezing van sociologe Germaine Greer vanwege uitlatingen van Greer over transgenders en was Judie Bindel niet welkom op de Universiteit Manchester. Onwenselijk, stelt Ash.

Mag dan alles? Nee. Fysieke en psychologische schade is niet toegestaan, daar ligt een grens. Natuurlijk, stelt Ash, moeten universiteiten een veilige omgeving bieden. Maar dat betekent niet dat meningen er niet mogen botsen. Als een mening niet kan worden gepareerd en bij voortduren wordt opgedrongen zonder zich eraan te kunnen onttrekken of de kans te krijgen het te weerleggen, kijk, dán is er reden om in te grijpen. Dan moet die mening wel eerst een platform hebben gekregen. En dat gaat niet door de toegang te ontzeggen. Luister met aandacht, want de vrijheid van botsende meningen behoeft voortdurend onderhoud. <<

Maffiamaatje of Trumps lakmoesproef

Heeft Trump nu wel of geen banden met de maffia? Volgens Michael Isikoff wel. Isikoff is een gerenommeerde onderzoeksjournalist bij Yahoo. Zo miste hij ooit op een paar uur na de scoop ‘Lewinsky’, maar ontrafelde wel Abu Graib. Iemand met een reputatie en zorgvuldige werkwijze. 

Het grote gevecht kan beginnen waarvan die om de betrouwbaarheid van betreffende bronnen wel de belangrijkste is. En die betrouwbaarheid ligt in de misdaadverslaggeving altijd net wat lastiger dan bij andere vormen van journalistiek. Want hoe betrouwbaar is een boef als-ie een andere boef verwijt boef te zijn? Om het bezwaar van misdaadjournalisten voor te zijn: hoe betrouwbaar is een politicus die beweert dat een andere politicus zich niet aan beloftes houdt? Touché. Dus tellen we het gerucht dat Trump innig (zakelijk) contact heeft gehad met maffiosi uit New Jersey. Zijn campagneteam moet er wat op verzinnen en dat kan op vier manieren.

Ze kunnen adviseren te negeren en blijven zwijgen. Niets over zeggen. Wie ontkent, bevestigt de mogelijkheid dat iets er is. Levensgevaarlijk. beter is het de kaken stijf op elkaar te houden. Laat de goegemeente eerst maar met bewijs komen, laat het dagelijks functioneren eerst maar eens onmogelijk zijn. Als mensen uit de zaal vragen beginnen te stellen, is het tijd zat om na te denken over een tweede strategie: de keiharde ontkenning. Tot die tijd: ‘Geen commentaar’, ‘Oninteressante vraag’, ‘liberale bias van de pers waar ik geen adem aan ga verspillen’.

Maar, er kan een moment komen dat een ontkenning onafwendbaar is. Een glasharde ‘nee’ is onverstandig. Het gerucht wordt daarvoor eerst in hapklare brokken opgedeeld. Een claim bestaat namelijk uit verschillende onderdelen: 1) de norm, 2) de transgressie (overtreding van die norm) en 3) de toedeling van verantwoordelijkheid. Oftewel: wat mag niet, hoe erg is een overtreding dan precies en wiens schuld is dit? Daaruit volgt een tabel – een tabel die in een oogopslag de strategie voor elke politicus in nood verduidelijkt.

Kijkt u even mee? We beginnen bij de norm: Trump had nooit contact mogen hebben met een maffiosi. Die norm kan hij ontkennen (nooit contact gehad, ‘ken die hele gast niet’); hij kan de norm hernoemen (‘toen wij met elkaar spraken, was het gewoon een zakenman’, ‘hij was niet veroordeeld, dus onschuldig, dus geen maffiosi’) of, ten slotte, wijzen op verzachtende omstandigheden (‘ik werd bedreigd’, ‘ik kon niet anders’, ‘Hillaryb Clinton deed het ook – het was gebruikelijk’). En wat voor de norm kan, kan ook voor de transgressie en voor de verantwoordelijkheid. En wat voor alle drie kan, kan veranderen. Wat begint als een ‘hernoeming’ (‘hij was toen nog geen maffialid’) kan zo leiden tot een ontkenning (‘dus deed ik geen zaken met een maffioos’): ook wel een stroman genoemd.

Zo zijn er op basis van één claim die bestaat uit een norm, transgressie en het toedelen van verantwoordelijkheid maar liefst negen strategieën te bedenken om je tegen een beschuldiging te weren. Succesvol is die (mix van) strategieën die leiden tot closure: het niet meer verder proberen te beschuldigen van de betreffende persoon. Er zijn geen middelen meer, er is geen concrete informatie (of niemand spreekt zich verder uit) of de strategieën (waarvan de ontkenning het snelst leidt tot closure) overtuigen. De vraag is wanneer Trump wordt gedwongen om dit gerucht in één van de negen strategieeën onder te brengen; tot dan blijft het bij wat het is: een gerucht.

U mist nog één strategie in bovenstaand overzicht? Dat klopt. Zwijgen. En tot nu toe is dat wat Trump doet: hij houdt zijn kaken stijf op elkaar. De claim is namelijk nog niet uitgehard: niet alle media zijn het al eens over de kern van de beschuldiging. Er moet nog wat geschoven worden met de terminologie en het precieze verwijt. We zijn er nog niet helemaal uit. Alsof de ober te vroeg vraag welk gerecht het gaat worden: het wordt vis, dat staat wel vast, maar hoe precies … Dat kost tijd en moeite. En voor dat het zover is kan Trump maar beter geen olie op het vuur gooien. De vraag is of hij dat kan: zijn kop houden als zijn eigen ambitie dat van hem eist? Zo toetst een gerucht ook hoe presidentieel de kandidaat is en heeft Isikoff de knuppel in het hoenderhok gegooid. Nu is het afwachten wanneer Trump die oppakt …

Foto: Dano / CC BY 2.0

22, en daar blijft het bij

Het is een hoofdpijndossier waar voorlopig een eind aan is gekomen: de e-mails op de private server van Democratische presidentskandidate Hillary Clinton. Clinton gebruikte een privaat e-mailadres toen ze nog minister van Buitenlandse Zaken was. Maar die server zou niet goed beveiligd zijn en de e-mails met staatsgeheimen niet veilig. Buitenlandse Zaken is al enige tijd bezig om het bestand dat ze van Clinton kreeg op te schonen. Zij publiceerden maandag de laatste batch in een serie van veertien. En de schade ‘valt mee’ – al naar gelang de positie die men inneemt in het politieke spectrum.

22 e-mails zijn niet gepubliceerd – ze zijn top secret en zouden direct Amerikaanse belangen schaden. Ruim 2.100 mailtjes zijn classified en kunnen leiden tot het nodige diplomatieke ongemak. En daar blijft het bij, aldus woordvoerder John Kirby van Buitenlandse Zaken. Er komen geen geheime of zeer geheime mailtjes meer bij. Maar daarmee is het ‘schandaal’ nog niet gaan liggen. De e-mails hebben de Amerikaanse politiek pers vanaf de eerste batch – in mei 2015 – in de greep. Maar meer dan een rimpeling in de Potomac is het niet. En mijn voorspelling luidt dat het niet meer gaat worden ook.

Natuurlijk is er felle kritiek van politieke tegenstanders. Zij vinden dat Clinton de wet heeft overtreden en alleen daarom al moet worden berecht. Maar van een rechtsgang is geen sprake. Hoe is het te verklaren dat zo’n fout – mailen met een private server – en de bewijzen van die fout zo openbaar – ook u kunt de vele mails inzien, waaronder e-mails over Nederland (zie foto) – niet leiden tot een omvangrijk politiek schandaal? Ari Aduts concept van disruptive publicity ($) kan op die vraag mogelijk een antwoord op geven.

screenshot-foia.state.gov 2016-03-01 13-16-04

Adut wil weten waarom sommige transgressies al langere tijd bekend zijn, maar pas heel laat leiden tot een schandaal. Waarom weten veel mensen dat er een norm is overtreden, maar duurt het altijd vrij lang voordat er ook echt ‘iets’ mee gebeurt? Adut dook in de veroordeling en verbanning van Oscar Wilde – een uitgesproken homoseksueel in de preutse tijd van Victoria. Wilde feestte alsof zijn leven ervan af hing, wetende dat homoseksualiteit strafbaar was. Het deerde hem niet. Hij was er nog nooit voor opgepakt, ondanks zijn status van Bekende Engelsman en daardoor de zichtbaarheid van zijn gedrag.

Toch ging het uiteindelijk mis. Adut zoekt een verklaring voor die incubatietijd van schandalen in het belang dat derden hebben bij kennis over een normoverschrijding. Wilde wist dat hij een (juridische) norm overtrad en zijn directe omgeving (de feestgangers van Wilde) ook. In bredere kring waren die uitspattingen ook bekend, maar het deerden deze derden niet: ze werden niet bevoor- of benadeeld door de extravagantie van de schrijver en zijn directe gevolg. Ook al zou iemand hebben gedreigd met het openbaar maken van Wildes wilde gedrag, mensen zouden hun schouders hebben opgehaald en zich in een nieuwe uitspatting hebben gestort.

Een schandaal breekt nu uit, stelt Adut, als derden wel door de publiciteit rond de transgressie worden geraakt. Als betrokkenen vrezen, door de dreigende publiciteitbesmet te worden door degene die de norm overtreedt en betrokkenen uit Wildes gevolg dus wel iets te verliezen hebben met een publicatie over Wildes gevolg, zijn uitspattingen en gedragingen. Zeker als die angst besmet te raken samengaat met een belangrijke maatschappelijke positie – dan staat met een onthulling immers veel op het spel. En als er veel op het spel staat, stelt Adut, dan gaan mensen zich strategisch gedragen om datgene wat ze niet kwijt willen, te behouden en beschermen.

Dreigende publiciteit – disruptive publicity – leidt volgens Adut tot strategisch gedrag bij ‘bronnen’ – mensen die van binnenuit weten wat er aan de hand is. Wie zweeg, wil nu graag praten en wie praatte, doet nu het zwijgen ertoe.

Het was uiteindelijk de excentrieke Marquess of Queensberry die Wilde de das om deed. De hardgrondige atheist die ooit een zetel in de Senaat opgaf omdat hij weigerde trouw te zweren aan koningin, God en het vaderland, had een grondige hekel aan de aanstellerijen van Wilde die een magische aantrekkingskracht uitoefende op de zoon van Queensberry. Woest om zoveel openlijk beleden herenliefde klaagde hij Wilde aan. Wilde deed direct hetzelfde en klaagde Queensberry aan voor smaad. Wilde dacht de confrontatie te kunnen winnen: zijn tegenstander was een door de politieke elite uitgekotste driftkop, hij een gevierde schrijver met fans in diezelfde politieke elite.

En precies daar ging het mis. Die elite vreesde dat een rechtszaak hun betrokkenheid bij Wildes uitspattingen publiek zou maken. Ze hadden meer te verliezen dan te winnen bij het oogluikend toestaan van wat in de wet was verboden: homoseksualiteit. Ze keerden Wilde de rug toe. De schrijver verloor de rechtszaak, vluchtte naar Frankrijk waar hij verbitterd en in eenzaamheid stierf. Wilde was niet onaantastbaar, Wilde was gevallen omdat hij zich ontastbaar waande.

Terug naar Clinton met haar gevolg – ook wel de Clinton Clique genoemd. De voorgenomen en daadwerkelijke publicatie van haar e-mails heeft niet geleid tot een schandaal. Daarvan was Hillary Clinton overtuigd toen ze de e-mails aan het ministerie van Buitenlandse Zaken overdroeg. En niet alleen zij was daarvan overtuigd – ook betrokkenen in haar directe omgeving en ook leden uit de regering-Obama. Als we Aduts disruptive publicity mogen aannemen, zagen ook zij geen enkel bezwaar tegen het openbaren van de e-mails: zij hebben er immers niets mee te verliezen noch te winnen? Het voorgenomen besluit te publiceren stuitte niet alleen bij Clinton, ook bij haar directe omgeving niet op bezwaren.

Dus resten tegenstanders om van buiten aan de morele hekken rond Clintons inner circle te rammelen – vanuit de Clinton Clique ontsnapt net zo weinig kritiek op de grote voorganger als er licht uit een zwart gat ontsnapt. En zo leiden de batches met e-mails wel tot ophef, een affaire en een vervelend dossier tijdens de campagne van Clinton, maar niet tot een fataal schandaal. Tenzij … Tenzij Clinton e-mails heeft achtergehouden die wel explosief zijn. Maar dan is sprake van een tweede orde transgressie, het onderwerp van een volgende post. <<

 

Schandalen in de Amerikaanse campagne

“To an outside observer”, schrijft Robert Entman in zijn Scandal and Silence. Media Responses to Presidential Misconduct, “the Washington scandal machine may seem to operate at random.” Amerikaanse journalisten lijken voortdurend met twee maten te meten. Ze leggen de staat van het huwelijk tussen Bill en Hillary Clinton onder het vergrootglas en negeren problemen in het huwelijk tussen John en Cindy McCain. Ze pakken Dan Quayle in 1988 voor het ontlopen van zijn militaire dienstplicht in Vietnam door zich te melden bij de Nationale Reserve, maar laten George Bush met rust, die precies hetzelfde deed, maar in zijn campagne van 2004 geen strobreed in de weg werd gelegd.

“… journalists’ responses to transgressions of comparable gravity – or triviality – have varied dramatically.” Hoe, wil Entman weten, kan dat? Er zit volgens Entman een groot verschil tussen sociale kosten van een politiek schandaal en de mate waarin media aandacht aan de overtreding van een norm geven. Sterker: er is helemaal geen verband tussen de schade enerzijds en de normovertredingen anderzijds. Er gaat iets mis met de callibratie en Entman zoekt dat vooral bij de journalistiek: er is te weinig oog voor niet-schandalen. Verhalen die wijzen richting grove normoverschrijdingen, maar vanwege een actief netwerk van scandal sponsors niet uit de verf komen.

Scandal sponsors klinkt verwarrend, maar Entman bedoelt er zowel voor- als tegenstanders mee die tezamen strijden voor het uitbreken of in de doofpot stoppen van een (potentieel) schandaal. “Understanding the construction of non-scandals is more difficult and subtle, but for political purposes just as significant as the manifestations of actual scandals.” Schandalen en stilte dus – soms oorverdovend. Watergate staat daarbij aan het ene uiterste. Volgens Entman scoorde het prototypische politieke schandaaln hoog op sociale kosten, de overtredingen die waren gemaakt, de omvang en impact van de publiciteit en de politieke consequenties.

Andere schandalen scoren op alle dimensies die Entman onderscheid vele malen lager. De Iran-Contra-affaire zou een veel ernstiger overtreding van de uitvoerende macht zijn geweest dan Watergate, de sociale kosten vele malen hoger (Amerikaanse veiligheidsvraagstuk), de politieke consequenties bleven uit en de publiciteit viel ‘tegen’. Betrokkenen bleven buiten schot of werden, zoals George H.W. Bush (vader van) onderscheiden (met de US Medal of Freedom, door Obama op 15 februari 2011). Het kan verkeren.

In een nieuwe reeks posts op dit blog zal ik de komende maanden verslag doen van geruchten, schandaaltjes en affaires in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik volg de verkiezingen in Amerikaanse (sociale) media en speigel de beschuldigingen, claims en transgressies aan (wetenschappelijke) literatuur over (politieke) schandalen. Het is een publieke vingeroefening in schandaalonderzoek. Alle op- en aanmerkingen zijn welkom. Want net als de constructie van een schandaal is ook de kennis daarover geen solitaire onderneming.

Foto: brownpau / watergate

Teeven weet niets – en ik geloof dat niet

Dat de foto van Volkert van der G. op de voorpagina van De Telegraaf ingestoken kaart was waarmee zijn veiligheid kon worden bepaald, is voor velen in Nederland pijnlijk. Waarom zou je überhaupt moeite doen voor zijn veiligheid, luidt de communis opinio vulgaris. Zo’n beetje iedereen op het Ministerie van Veiligheid en Justitie dacht mee over een mediastrategie voor Fortuyns moordenaar, behalve de man die zich openlijk verzette tegen zijn voorlopige invrijheidsstelling zelf: Fred Teeven.

Teeven wist uiteindelijk minder dan zijn eigen minister en die blonk al niet uit in acurate dossierkennis.

D66 krijgt de eer de meest directe vraag over Teevens betrokkenheid te stellen. Klopt het dat de verantwoordelijke staatssecretaris vorig jaar niet is ingelicht over de mediastrategie rond de vrijlating van Van der G., waaronder ook het voorliggende fotomoment en waar blijkt dat uit? Teeven was druk met zijn poging Volkert de volle 18 jaar te laten brommen en verzette zich, binnen de kaders van zijn staatssecretariaat, tegen het vrijkomen van de man. Dat mag. Maar hij was daar zo druk mee, dat de mediastrategie van die vrijlating volledig langs hem heen is gegaan. Antwoordt Van der Steur oprecht:

De toenmalige minister bevestigt het beeld uit het onderzoek dat hij [de minister] voorafgaand aan de datum van de voorwaardelijke invrijheidsstelling is ge”informeerd over de optie van publicatie van een foto. De toenmalige staatssecretaris kan dit niet bevestigen. Uit het  onderzoek blijkt dat  besluiten over het al dan niet doorzetten van de optie een foto te publiceren niet aan hen zijn voorgelegd en door hen zijn genomen

Waren de Statler en Waldorff van de Nederlandse strafrechtketen niet afgetreden vanwege een bonnetje, dan wel vanwege het feit dat ze hun prioriteiten niet op een rijtje hadden. Er bestond nota bene een stuurgroep ‘Volkert van der G.’ (blijkt uit Van der Steurs antwoorden op Kamervragen) die direct onder de politieke top van het ministerie ressorteerde; juist vanwege de politieke en maatschappelijke gevoeligheid van alles dat met Van der G. te maken heeft.

Precies die gevoeligheid, blijkt nu, is aanleiding om de foto te laten maken. Daarover kan je het eens zijn of niet, Volkert van der G. heeft er weinig mee van doen. Het zijn ambtenaren geweest die dit hebben ingestoken en uitgevoerd en twee bewindspersonen die er vervolgens niet naar hebben omgekeken. Die mediastrategie backfired, zou je kunnen zeggen. Met een beetje pech start Van der G. een ‘treiterprocedure’ tegen de de Staat: het was niet hij, maar de overheid die zich maar niet aan dit mediaverbod rond zijn persoon weet te houden.

Neuk geen varkens

Hoe schadelijk is het om tijdens je studie als inwijdingsritueel je geslachtsorgaan in een (dode) varkens(kop) te steken?  De anekdote uit David Camerons studententijd is door een wraaklustige Lord Ashcroft in een (uiteraard) ongeautoriseerde biografie terecht gekomen. De Daily Mail had de eer van de primeur en mag er uitgebreid uit putten.

De krant brengt delen uit van Call me Dave waarin Ashcroft een boekje opendoet over Camerons jeugdzonden. Zo rookte ‘Dave’  pot, snoof coke, voerde bizarre, seksuele riten om tot een clubje horen en noemt Lynton Crosby, de opiniepeiler die Cameron aan zijn laatste electorale overwinning hielp, de premier achter de schermen een ‘tosser’. Verhalen die reputaties kunnen omleggen; rijst de vraag wat er moet gebeuren om zoveel mogelijk schade te voorkomen. Hoe spin je je hieruit?

Om te beginnen met de varkenskop. Daar waarschuwde Hunter S. Thompson al voor. Jake Shepherd, redacteur bij The Independent, vond het hilarische citaat uit Thompsons Fear and Loathing on the Campaign Trail ’72  waarin Lyndon Johnson op het dieptepunt van zijn campagne voorstelt zijn uitdager van seks met varkens te beschuldigen:

“This is one of the oldest and most effective tricks in politics. Every hack in the business has used it in times of trouble, and it has even been elevated to the level of political mythology in a story about one of Lyndon Johnson’s early campaigns in Texas.

“The race was close and Johnson was getting worried. Finally he told his campaign manager to start a massive rumour campaign about his opponent’s life-long habit of enjoying carnal knowledge of his barnyard sows.

“Christ, we can’t get away with calling him a pig-f****r,” the campaign manager protested. “Nobody’s going to believe a thing like that.”

“I know,” Johnson replied. “But let’s make the sonofab****h deny it.”

Die ontkenning kwam er dan ook niet. En daar heeft de voormalige (Labour) spin doctor  alias Mr. Poison Damien McBride een uitstekende, alternatieve verklaring voor.  Als de pleuris uitbreekt, pakt de  mannetjesmaker de telefoon om zijn baas te bellen, schrijft hij in The Guardian. De centrale vraag: wat is waar van deze beschuldiging? Want daar gaat het dat moment om: de waarheid, beklemtoont McBride. En hij zette zich vervolgens schrap:

Sometimes, especially with Brown, that question provoked an angry barrage of abuse, as if just by asking it, I was implying the allegation might be true. That was good. That was what I wanted to hear. With other politicians, celebrities and friends I’ve advised over the years, you’d instead hear a dread pause, then a hesitant, “Well…”. That’s when you know you’re screwed.

Cameron heeft niets ontkend. Hij weigert, zeggen zijn persvoorlichters: reageren is te veel eer. Dus zegt hij niets. En dat verbaast McBride, nooit te beroerd om vanuit het Labourkamp nog wat olie op het vuur te gooien. Downingstreet 10 pakt het he-le-maal verkeerd aan, claimt McBride.

(…) the first thing you do as a spin doctor when a book is serialised about your boss or your party is to look for one howling error that you can highlight to discredit all the other accurate things the author has written, and suggest they’ve been relying on sources inclined to make things up.

Maar soms lukt dat dus niet, voegt hij daar fijntjes aan toe: sommige verhalen zijn onmogelijk te spinnen. Die zijn gewoon waar. Rijst de vraag hoe erg dat is en welke beschuldigingen kloppen en welke niet. Tussen de publicatie van Ashcrofts boek en de strategie om daarmee om te gaan, zit nu het publiek. Daartussen vast mensen die wel eens wat met seks en drugs hebben geëxperimenteerd. Toegegeven, ze zijn geen premier, maar dat was Cameron toen ook niet.

Unleashed scandal

Over die loden last van het verleden waar je niet aan kan ontsnappen, maar waarvan je ook niet weet met welke context daden van toen nu worden beoordeeld, schreven Bernhard Poerksen en Hanne Detel The Unleashed Scandal. Gedragingen uit het verleden worden door ad hoc gemeenschappen razendsnel ontsloten. Bronnen buitelen over elkaar heen of worden via-via benaderd en hun geschiedenissen ‘onthuld’. Als je er genoeg hebt, is er altijd iemand die wil praten. Probleem is dat die ‘onthulling’ van feiten in een actuele context worden geplaatst, waardoor de historische feiten een nieuwe, schadelijke lading krijgen.

8719459247_572ee171d9_b

Cameron rookte en snoof geen drugs als premier, maar als verwende Oxfordian. Maar die context, waarin zijn studentikoze gedragingen door jeugdige onvoorzichtigheid en een post-adolescente psychologie van onkwetsbaarheid nog te begrijpen is, bestaat al lang niet meer. Alleen die geschiedenis is er nog en die wordt langs een actuele maatstaf gelegd: zo, hoor je de commentaren ronken, hoort een premier zich niet te gedragen. En dat klopt. Het enige wat daartegen helpt, is een oud advies van pa en ma: doe geen domme dingen waar je later spijt van kan krijgen. Of, in Camerons geval: neuk geen varkens. Doe je dat wel, dan is er geen spin doctor tegen opgewassen. Dat ligt niet zozeer aan Cameron, maar aan de unleashed scandals. <<

Pagina 1 of 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén