Liveblog LD Politiek: betaald parkeren, Singelpark en bootjevaren

‘Mogen we u bespioneren’ versus ‘hebben we dat netjes gedaan’?

Wat vindt u van de nieuwe wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Ja, u mag meedenken met een voorstel van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken). Niet onterecht, want de wet oude wet houdt te weinig rekening met het feit dat wij nauwelijks meer brieven schrijven en informatie vrij door de lucht wordt verzonden. Om mee te kunnen doen, moeten de diensten ook in onze computers kunnen neuzen, e-mails openen en minimaal metadata kunnen opslaan.

Een eerste consult heeft Plasterk trouwens al op zak. Menso Heus, ‘technology officer’ en expert internetveiligheid bij Free Press Unlimited, wil dat de minister de ‘Big Brother’-wet weer inslikt.  In de bijdrage schrijft Heus:

Free Press Unlimited is niet tegen modernisering van de wetgeving op het gebied van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. We erkennen de noodzaak doelgericht en efficiënt onderzoek te kunnen doen naar personen of organisaties waarvan een ernstig vermoeden bestaat dat zij een gevaar vormen voor de samenleving. Maar overheden die massaal hun eigen burgers bespioneren, vormen zelf de grootste bedreiging voor de samenleving. Dat ervaren wij dagelijks in tientallen landen waar wij werken.

En dat is precies de balans waar het debat over de nieuwe wet op schommelt: de overheid moet, gegeven ontwikkelingen wel de mogelijkheden hebben om burgers te beschermen. Ook op internet. Maar wanneer slaat dat beschermen om in bemoeien en bemoeien om in sturen? Het moge duidelijk zijn dat Heus weinig fiducie heeft in een grens en al helemaal niet in de zelfdiscipline van diensten om zich daaraan te houden. Volledigheidshalve had Heus kunnen wijzen op het rapport Dessens.

Daarin een studie naar de oude wet en aanbevelingen voor een nieuwe en een pleidooi voor meer bevoegdheden om inlichtingen via internet te verwerven. De diensten zijn door de werkelijkheid ingehaald, schrijft Dessens. Maar meer bevoegdheden moet ook gepaard gaan met meer toezicht, voegen de rapporteurs daar direct aan toe. De vraag is nu wanneer dat toezicht moet worden getimed:  voordat van deze bevoegdheden gebruik wordt gemaakt of nadien? Dessens pleit voor een evaluatieve toetsing: na de inzet van de bevoegdheden dus.

De evaluatiecommissie is tot de conclusie gekomen dat er, mede in het licht van de jurisprudentie van het EHRM, geïnvesteerd moet worden in het toezicht. Zeker als de
diensten verruimde bevoegdheden zouden krijgen om onderzoek te doen. Omdat de evaluatiecommissie niet  aanbeveelt om in brede zin preventief toezicht op de lastgevingen in te voeren, heeft de evaluatiecommissie bekeken of er andere manieren bestaan om het toezicht op een effectieve manier te versterken. De evaluatiecommissie ziet  mogelijkheden om het toezicht achteraf te versterken (…).

Er blijken twee argumenten tegen preventieve toetsing: 1) de toezichthouder zou invloed op de dienst kunnen uitoefenen en 2) de vraag rijst welke instantie dat preventieve toezicht op zich zou moeten nemen.

Het eerste argument zou juist geen bezwaar moeten zijn, maar duiden op actief toezicht op de dienst. Als de AIVD en MIVD afzien van inlichtingen- en veiligheidswerk omdat de toezichthouder op basis van een toets er geen grond voor ziet, lijkt mij dat geen bezwaar. Het tweede argument kan worden weggenomen door te kijken naar andere landen waar dat preventief toezicht al geregeld is; namelijk in een commissie of bij de rechter. Dat heeft praktische bezwaren, zeker, maar die zijn elders opgelost of acceptabel gebleken. Dessens onderbouwt niet waarom dat in Nederland niet zou kunnen.

De voordelen van preventief toezicht moge duidelijk zijn: de toetsing maakt het mogelijk af te zien van ernstige inbreuk in iemands privacy, in plaats van de constatering dat deze inbreuk niet had gemogen, kortom: de kalf, zijn verdrinkingsdood in de put en het te laat dempen. U kunt nog tot 1 september uw mening laten horen. <<

Hacking Democracy: een documentaire

Campagnes eindigen niet op de dag dat kiezers daadwerkelijk stemmen, maar emmeren door; niet zelden tot aan het Hooggerechtshof. Richard Hasen schreef er een ontluisterend boek over dat ik voor Election Desk recenseerde. Over die voting wars vond ik een documentaire (zie video). 

U dacht dat de campagne stopte op de dag dat kiezers hun stem uitbrengen? Think again. Nixon liet inbreken in het hoofdkwartier van de Democratische Nationale Conventie nog voordat de verkiezingen plaatsvonden. Chuck McGee blokkeerde in New Hampshire (2002) telefoonnummers die aanhangers van Democratische kandidaten konden bellen om naar het stembureau te worden gebracht. Allemaal nog dirty tricks, allemaal nog onderdeel van de campagne zelf. Niet fraai, black ops wellicht, maar ons niet aan een enkeling voorbehouden – het was onderdeel van de strijd om de stem.

Gevecht | Nee, de echte innovatie kwam van Bush Jr. en Gore. Hun onderlinge strijd emmerde maar voort. Beiden vochten nog weken nadat iedereen had gestemd over de vraag of iedereen daadwerkelijk had gestemd en zo ja, of die stem dan ook was meegeteld (en op basis van welke criteria dan precies). Sindsdien zijn de regels en procedures (hopeloos gefragmenteerd over de vijftig Amerikaanse staten) van verkiezingen (wie mag stemmen, hoe, wanneer en waar) onderdeel van de politieke strijd zelf. Democraten en Republikeinen beseffen veel te kunnen winnen door het electoraat te overtuigen van hun gelijk en wie hen geen gelijk geeft, gewoon niet mee te laten doen. Door de aandacht te verleggen naar de regulering van de verkiezingen in plaats van de politieke inhoud.

Dirty tricks | De Republikeinen hadden de CRP (Nixons herverkiezingsvehikel uit 1972), de Democraten richtten het Secretary of State Project op. Doel: ‘… to protect our election from dirty Republican tricks’. Meer Democraten in swing states op deze gewilde positie dus. Want de Secretary of State heeft namelijk een belangrijke functie bij het bepalen van de uitkomst van verkiezingen op statelijk niveau. En Florida 2000 liet zien hoe handig het is om dan een partijgenoot te hebben die een handje kan helpen (in 2000 in de Flower State was dat de Republikeinse Katherine Harris). Miljardair George Soros betaalde 10.000 dollar voor het Democratische initiatief dat inmiddels van de aardbodem is verdwenen (en in Ohio 2006 de controversiële Jennifer Brunner parachuteerde).

Waarschuwing | Richard Hasen, hoogleraar politieke wetenschappen en recht aan de Universiteit van Californie, beschrijft deze en vele andere casus in The Voting Wars. From Florida 2000 tot the Next Election Meltdown. Omdat die election meltdown er op lokaal niveau wel al, maar nationaal sinds 2000 niet, is zijn waarschuwing voor 2016 niet voor dovemansoren. Hasen verwacht dat over drie jaar de electorale puinhoop compleet is. Hij ziet de verschuiving van voor naar na de verkiezingen met lede ogen aan en combineert knap politicologisch en juridisch inzicht in een litanie aan trucks (en tips) hoe een uitslag te beïnvloeden. Dat is niet altijd even eenvoudig (je moet goed blijven opletten); maar Hasens betoog is de investering waard.

Oorzaken | De beïnvloeding van de uitslag van verkiezingen door een strijd om de verkiezingsregels en het belang dat deze beïnvloeding zal gaan winnen, wijt Hasen (uitbater van het Election Law Blog) aan een aantal zaken: degenen die de uitslagen bepalen, zijn zonder uitzondering van een van de partijen (en dus bevooroordeeld); Democraten en Republikeinen maken zich allebei schuldig aan ongekend felle oorlogsretoriek; er is gewoonweg te veel te winnen om de voting wars te negeren; de regels zijn hopeloos gefragmenteerd (elke staat zijn eigen regels) en, ten slotte, zullen sociale media incidenten uitvergroten tot ongekende proporties. Gevolg van al deze elkaar versterkende zaken is een groeiend gebrek aan vertrouwen in verkiezingen als vehikel van de democratische rechtstaat – dus een gebrek aan vertrouwen in die democratische rechtstaat zelf.

Grote broek | Beide partijen maken zich hier trouwens schuldig aan. Democraten gillen moord en brand als kiezers hun stem niet kunnen uitbrengen en richten hun peilen vooral op de ‘draconische’ wetgeving (van Republikeinen) die in de strijd tegen kiezersbedrog het liefst overal in het land en bij alle verkiezingen een identificatieplicht willen invoeren. Probleem is dat met name de Democratische achterban geen geld of mogelijkheid heeft om aan de juiste papieren te komen (vaak gelden alleen speciale papieren). En als de identificatie het probleem niet is, dan zijn het de (niet of deels) getelde stemmen die Democraten in het verkeerde keelgat schieten. Er hoeft maar weinig mis te gaan of de ezel en de olifant zitten op de haverkist.

Activistisch | Hasen denkt dat beide partijen te hard van stapel lopen. Er zijn geen/nauwelijks voorbeelden van groot opgezette en uitgevoerde kiezersfraude door stemmers met een niet geldige of niet-kloppende identiteit, aldus Hasen. De zaken die worden aangespannen, zijn zonder uitzondering zaken die met zo’n plicht niet voorkomen hadden kunnen worden (denk aan het wegmoffelen van biljetten door officials). Het uitbrengen van een stem en het laten meetellen daarentegen, kan bij Hasen rekenen op meer steun. Maar, vraagt hij zich af, waarom gillen Democraten alleen moord en brand als ze een verkiezing verliezen?

Macht | Precies: de schade van al dat opportunisme voor de democratie is groter dan de kans dat een uitslag wordt hersteld. Meer rouwverwerking van een verlies en minder activisme om alsnog proberen een uitslag naar je hand te zetten. Alleen dan, hoopt Hasen, kunnen grote ongelukken worden voorkomen. Tot die tijd leest The Voting War als een waarschuwing voor al te electoraal enthousiasme. Democratie is weliswaar de macht aan het volk; essentieel is dan de vraag wie dat volk dan precies is en welke macht zij dan krijgt. En de antwoorden op beide vragen zijn sinds 2000 onderdeel van de Amerikaanse campagnes. <<

Deze post verscheen eerder op  ElectionDeskUSA, 13 november 2013

Niks te verbergen

“Arguing that you don’t care about the right to privacy because you have nothing to hide is no different than saying you don’t care about free speech because you have nothing to say.”

– Edward Snowden

Hacking Democracy: Russische trollfabriek

Ze krijgt 1 roebel – een symbolisch bedrag. Maar om het geld ging het freelance journalist Lyudmila Savchuk niet. Ze wilde aantonen dat het Kremlin ‘trollfabrieken’ inzet in de strijd om de internationale publieke opinie. Savchuk meldde zich bij zo’n propaganda-eenheid, deed er naar eigen zeggen undercover journalistiek onderzoek en klaagde vervolgens Moedertje Rusland aan vanwege de arbeidsomstandigheden en slechte betaling. De rechter gaf haar gelijk – en een symbolische roebel.

OUD NIEUWS | The Guardian beweerde al eerder dat Putins trollfabrieken bestaan. In hun bijdrage bleek ook dat de werkomstandigheden niet al te best waren:

They painted a picture of a work environment that was humourless and draconian, with fines for being a few minutes late or not reaching the required number of posts each day. Trolls worked in rooms of about 20 people, each controlled by three editors, who would check posts and impose fines if they found the words had been cut and pasted, or were ideologically deviant.

PROPAGANDA | Officieel ging het Savchuk om arbeidsomstandigheden, doel was om een efficiente propagandamachine bloot te leggen die beter dan menig bedrijf begrijpt hoe content te slijten. Die beinvloeding kan veel efficienter dan zelf platforms op te richten, al gebeurt dat ook. Nee, beter is het aansluiting te vinden bij bestaande sites, fora of blogs. Kortom: de Russische trolls zijn daar waar hun tegenstanders zijn en proberen zo, heel direct twijfel te zaaien. Ze liften mee op de BBC, de FT of Facebook-pagina’s en zaaien daar twijfel of soms ronduit leugens.

AD HOMINEM | En daarvoor gaat de hele retorische trucendoos open, waarvan de ad hominem misschien wel de meest zichtbare en pijnlijke truc is. Vanuit de fabrieken worden namelijk ook politieke tegenstanders persoonlijk aangepakt en het leven, in ieder geval online, meer dan zuur gemaakt. En niet alleen vanuit Rusland. Het lijkt er op dat de ernst van een internationale crisis recht evenredig lijkt met het volume aan actieve ‘trolls’ die op industriele schaal internet overspoelen met propaganda. Niets nieuws, natuurlijk, behalve dan in schaal, snelheid en zichtbaarheid waarop het gebeurt. Het Russisch-Oekraïens conflict is daarvan slechts een recent voorbeeld, toonde Savchuk aan.

Hacking Democracy: Metadata

Niets aan de hand: de overheid gebruikt alleen maar metadata. Die meta geeft het prettige gevoel dat tussen de data en degene die er in zit te peuren de nodige afstand zit. Overheden weten niet precies wat ik doe of waar ik ben, ze hebben alleen in grote lijnen zicht op mij. Er blijft, kortom, nog wat te raden over en dat betekent een (miniem) domein waarbinnen we ons onbespied weten – of, meer dramatisch: het domein waarbinnen we vrij zijn. En zo krijgt de overheid de data die ons veiliger maakt en heeft onze privacy niets te lijden.

Ziedaar de kracht van politieke retoriek.

Meta blijkt helemaal niet zo meta te zijn. Tussen de data en de persoon zit nauwelijks enige ruimte, in ieder geval te weinig ruimte om over een ‘vrij’ domein te kunnen spreken. Dat blijkt nadat de Australische journalist Will Ockenden zijn metadata opvroeg er er eens – amateuristisch –  mee aan de slag ging. Wat, wilde hij weten, kan je met data waarvan overheden beweren dat het slechts een meta-plaatje van de personen geeft? Of, zoals premier Tony Abbott (Australië) het verwoord: “We’re talking here about metadata; we’re not talking here about the content of communications. It’s just the data that the system generates.”

En daar wringt de schoen.

Metadata geeft plaats, tijd en handelingen (mailen, bellen, chatten, internetten) vrij. Australië verplicht bedrijven deze (meta)data twee jaar te bewaren. Amerikaanse bedrijven blijken al jaren nauw samen te werken met de NSA om deze gegevens te ontsluiten. De data is voor de bestrijding van misdaad en terreur goud waard. Dat de inhoud van gesprekken en mails niet worden opgeslagen (al kan je daar ook je vraagtekens bij zetten(, betekent niet dat we ‘vrij’ zijn. Die ontkoppeling van metadata en privacy is eerder een politieke campagne dan een feitelijke constatering. Bewijst Ockenden.

Het is bedroevend eenvoudig om met metadata een biografie van de persoon die ze genereert te componeren. Ockenden telde alle keren dat zijn telefoon contact zocht met mobiele relaystations bij elkaar op en plotte die op een kaart. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te zien hoe zijn leven zich op een doorsnee week ontvouwt (zie afbeelding). Kennis over tijd, plaats en handeling (of communicatietool) zijn variabelen die de privacy direct opheffen. Door aan deze variabelen te draaien, is het een koud kunstje om de persoon te ‘onthullen’. Dat hier niet de content of communication is blootgelegd, doet niet ter zake: het feit dat diensten weten dat er gecommuniceerd is, is inbreuk genoeg.

screenshot-www.abc.net.au 2015-08-17 11-40-01

Ook het diapositieve beeld biedt namelijk informatie – namelijk de momenten dat Ockenden zijn mobiele telefoon uitzet. Stilte of de afwezigheid van informatie is soms net zo veelzeggend als de constante stroom data die kan worden afgetapt. Als zes personen die elkaar regelmatig bellen tussen twee tijdstippen hun mobiele telefoon hebben uitgezet, geeft dat net zoveel informatie over hun ‘communicatie’ dan de convergentie van hun telefoons op een kaart: ze zijn waarschijnlijk bij elkaar. De vraag rijst: waarom gingen de telefoons op dat moment op die plek uit? En zo wordt een belangrijke voorwaarde voor privacy opgeheven: het recht om te handelen zonder dat die handeling consequenties heeft buiten de handeling zelf.

Medium: alternatieve blogplek

Medium is een platform voor bloggers – wereldwijd. Een platform om eens een tijdje mee te experimenteren. Mijn blogs zal ik daarom ook dáár plaatsen. En daar is hier:

Van der Lubben

Hacking democracy

Feidin Santana was op weg naar zijn werk, iets later dan hij gewend was. Hij had haast. Zo begint het interview dat The Guardian had met de getuige van de moord op Scott Walker – de man die wegliep en door een Amerikaanse politieagent in zijn rug werd geschoten. Santana was niet alleen getuige van de moord, hij pakte zijn mobieltje en begon te filmen toen hij Walker voor de agent zag vluchten. Er was nog weinig aan de hand. Een man rent weg van de politie. Die pakt plots zijn wapen en vuurt. Santana filmt de acht schoten van Michael Slager en de daarop volgende dood van Walker. 

“Everything happened too fast”, zegt Santana. “There was no way out.” 
The Guardian is dit jaar begonnen met een morbide database: The Counted. Doel: bijhouden wie in Amerika door de politie wordt doodgeschoten. In de database de verhalen van slachtoffers van politiegeweld. Op het moment van schrijven staat de teller op 716. And counting. Die database is natuurlijk ingegeven door het vele nieuws over schietgrage agenten in de US of A. The Guardian is een krant en kranten breken nieuws. De manier waarop ze dat doen, is de afgelopen decennia drastisch verandert en de Britse krant loopt in die veranderingen voorop. 

The Counted is crowdsourced

Iedereen mag een bijdrage leveren. Of, precieser omschreven, de Guardian zoekt actiever op getuigen van politiegeweld. Systematischer. Journalistieker. Bijdragen van burgers worden nageplozen en dat onderzoekswerk wordt in een overzichtelijke database aan diezelfde burgers gepresenteerd. En daardoor ontstaan er er een aantal dingen. Ten eerste wordt zichtbaar wat tot nu toe slechts statistieken zijn: de slachtoffers van politiegeweld krijgen een gezicht. Dat leidt, ten tweede, onherroepelijk tot beleid bij politie en justitie in Amerika (en Nederland, waarover meer). En door die zichtbaarheid ontstaat ten slotte een besef dat er iets aan de hand is, iets ernstigs. 

The Guardian construeert een sociaal probleem.

De schietpartij waarbij Scott Walker ommkomt is niet nieuw. Er worden vaker arrestanten in Amerika doodgeschoten door politie. Daar zijn ook veel vaker getuigen van. Maar meer dan ooit hebben deze getuigen camera’s bij de hand. De technologische ontwikkelingen, die hebben geleid tot een dramatische  kostendaling van zowel videocamera’s als -opslag en -distributie, hebben een maatschappelijke en politieke impact. Kijk maar in Ferguson, waar na het doodschieten van Michael Brown, een volksopstand uitbrak die nog altijd niet onder controle lijkt te zijn. Ook niet door de nieuwe sheriff. 

De camera van Santana heeft maatschappelijke, politieke en journalistieke consequenties. Zijn ooggetuigenverslag, verticaal en schokkerig vastgelegd is een directe hack op de democratie. Probeerde agent Slager, de schutter van Walker, er desgevraagd nog met een voor hem gunstige versie mee weg te komen – Santana’s vastgelegde waarneming maakte aan die leugenachtigheid direct een einde. Net als aan de in allerhaast afgelegde verklaringen over Mitch Henriquez in Den Haag. 

Filmmateriaal legde vast hoe Haagse agenten tientallen minuten op de man zaten, hem bijna levensloos in de arrestantenbus sleepten waarna hij ’s nacts overleed. De vraag wat er precies gebeurde is relevant, maar met het voortdurend opduiken van burgerfilmmateriaal bijna niet meer direct tot volle tevredenheid te beantwoorden. Er zijn al snel heel veel versies van de werkelijkheid in omloop – de vraag rijst welke relevant is. En dat is een politieke vraag: een construct waarover overheden vroeger een monopolie hadden, in ieder geval een hele grote voorsprong. Maar die tijd is voorbij. 

De politie wordt door de beelden van burgers direct gedwongen om te verantwoorden. Over die verantwoording kon men vroeger nog we even doen, nadat de gemoederen zijn bedaard en goed over de consequenties van verklaringen is nagedacht. Die verantwoording vond ook plaats in de daarvoor bestemde insttuties en door de daarvoor aangewezen ambtsdragers. Dat vergrootte de afatsnd tussen daad, daders en de vewrdeling van lof en blaam. Die afstand, lijkt nu, is verdwenen. 

Wie geen antwoord geeft, mag zich opmaken voor een woededende menigte die het antwoord probeert af te dwingen. En niet alleen bij politieoptreden. De democratie wordt voortdurend gehackt. En daarvan wil ik veel uitgebreider verslag doen op dit blog in een nieuwe serie over journalistiek, informatietechnologie en politiek. 

Foetus te koop

Wie abortus en geld in één zin samenbrengt, met de wetenschap als intermediair, houdt een vlammetje bij het kruitvat. De beschuldiging dat Planned Parenthood in Amerika verdient aan abortussen, door de verkoop van foetusmateriaal aan wetenschappers, begon als een heimelijk opgenomen gesprek tijdens een lunch en sijpelt nu langzaam door tot het Congres, het Amerikaanse ministerie van Justitie en de presidentskandidaten in de race om het Witte Huis. De ‘onthulling’ waarover Amerika overigens nog in debat is met zichzelf, roept twee prangende vragen op: 1) wanneer ben je journalist en 2) waarom maakt het helemaal niet uit of hier sprake is van ‘de’ waarheid?

Journalist … of niet? | Wanneer ben je een journalist? Als je jezelf zo presenteert. In die zin voldoet The Center for Medical Progress, makers van de video’s waarop artsen en directeuren van Planned Parenthood schijnbaar in onderhandeling gaan over de kosten van geaborteerde baby’s, te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Volgens hun missie zijn zij “a group of citizen journalists dedicated to monitoring and reporting on medical ethics and advances”. En ook hun werkwijze, verborgen camera’s om ruw materiaal te verzamelen om dat vervolgens terug te schroeven naar negen minuten bloedstollende ‘televisie’, verraadt schijnbaar hun journalistieke insteek. Maar: hebben we hier wel te maken met een journalistieke niche, geïnteresseerd in medische vooruitgang en ethiek?

Snijden | Nee, stelt Media Matters, een links (of progressieve) mediamonitor die de eerste video van de groep op de snijtafel legde. Zij concluderen niet alleen dat er wel erg naar een resultaat is ge-edit, zij spreken ook steevast over een conservatist group. En ook FactCheck.org heeft zo haar vraagtekens bij de kwaliteit van de gepresenteerde video. Net als Media Matters komen zij tot dezelfde conclusie: “The edited video, released July 14 by an anti-abortion group called the Center for Medical Progress, leaves the impression that Nucatola is talking about Planned Parenthood affiliates making money from fetal tissue. But the edited video ignores other things Nucatola said that contradict that idea.”

Obama | Maar hoe relevant is de vraag dat er zorgvuldig is gesneden in het materiaal? Het debat over abortus in Amerika wordt veel langer gevoerd dan de verhitte, actuele polarisatie naar aanleiding van de uitgebrachte video’s. Twee jaar geleden verbood een Texaanse rechter Planned Parenthood al onderdeel te zijn van een programma voor de gezondheid van vrouwen. Republikeinse pogingen om de organisatie geen subsidie meer te geven, bracht Obama ertoe Planned Parenthood een hart onder de riem te steken: “It’s [PP, SvdL] not going anywhere today, it’s not going anywhere tomorrow. As long as we’ve got a fight to make sure women have access to affordable, quality health care, and as long as we’ve got to fight to protect a woman’s right to make her own choices about her own health, I want you to know that you’ve also got a President who’s going to be right there, fighting every step of the way.” Die presidentiële belofte politiseerde de subsidie voor Planned Parenthood. 

Kandidaten | En dat politieke debat is met de onthullingen weer in alle hevigheid opgelaaid – maar niet nieuw. De video is een aanleiding om de politieke loopgraven weer op te zoeken. Zo reageerde de Texaanse gouverneur Greg Abbott (Texas) twee dagen geleden furieus op de video: “This latest video showing yet another Planned Parenthood senior official negotiating the price of unborn baby body parts is more than just callous and morally bereft, it may be criminal.” Presidentskandidaat Ted Cruz deed een duit in het zakje, net als kandidaat Marco Rubio. Republikeinen in het Congres maken zich op om de federale subsidie voor Planned Parenthood nu definitief in te trekken. En daarmee is de video geen technisch, journalistieke discussie meer over de vraag of hier eerlijk is gemonteerd, maar een directe aanleiding om politiek te bedrijven. Wie twijfelt aan de kracht van agendasetting, ziet hier in een notendop steunbewijs dat media ertoe doen. En de vraag of de claim dat er in babyfoetussen wordt gehandeld ook daadwerkelijk klopt, lijkt daaraan ondergeschikt.

Weerstand | Amerikanen zijn verdeeld over de vraag of abortussen legaal of illegaal moeten zijn, blijkt uit onderzoek van het PEW Research Center: 51 procent vis voor legale abortus, 43 procent vindt dat abortus illegaal moet zijn. De verdeling is al twintig jaar stabiel. Er zijn wel duidelijke regionale verschillen: voorstanders wonen in het noorden van Amerika, tegenstanders in het zuiden. En volgens het Guttmacher Institute is het aantal staten dat de toegang tot abortus wettelijke heeft bemoeilijkt, toegenomen (zie afbeelding). Maar dat zijn feiten en die lijken in het huidige debat onderschikt aan de beeldvorming.

screenshot-www.guttmacher.org 2015-07-24 10-30-55

Ruim een miljoen minuten historisch nieuws- en filmmateriaal online

Schwarzenegger is teruggekomen, zoals beloofd. De Terminator begon ooit als wereldkampioen body building en dankzij De British Pathé-filmarchief kunnen we de beelden van die competitie terugzien. Naast dit omvangrijke filmarchief hebben nu ook AP en het Britse Movietone hun oude materiaal via YouTube ontsloten. Voor iedereen. Gratis. In de verzameling – ruim 1 miljoen minuten – historische items die in de bioscopen werden getoond. Zoals de dramatische ramp met de Hindenburg (luister vooral naar de ‘journalistieke’ aanwijzingen op de achtergrond: ‘Shoot it! Shoot it!’), de poging Edward VIII dood te schieten in 1936, wat overigens niet de opening van het item was (vreemd genoeg), maar pas na 4:26 minuten en de arrestatie van Martin Luther King in Selma (zonder ronkende voice over). Genoeg materiaal om nog eens uit te putten.